Waarnemen

Jaja, het proefschrift is af, ik zit op een terrasje en kijk wat rond in het gewone leven. Een man op leeftijd loopt langs. Hij heeft volle tassen in zijn handen en loopt een beetje voorovergebogen, langzamer dan de meeste mensen die er lopen. In de volksmond zou je zeggen ‘hij is langzaam’, maar dat is niet precies genoeg voor mij. Want ja, wat is nu langzaam of snel. Alleen in de relatie kun je betekenis aan die snelheid geven. De meeste passeren hem, de een iets sneller dan de ander. Een eindje verderop is het markt. Ik zie een stel lopen waarvan de een meer dan een kop groter is dan de ander. Degene met de korte benen maakt meer passen dan de ander dat doet terwijl ze dezelfde afstand afleggen. Wat is er toch een hoop te zien. Een joch met gips om zijn been hinkepoot tussen twee stokken. Een kind huppelt naast zijn vader en een peuter houdt al dribbelend zijn moeder bij. Opa’s en oma’s sloffen en kuieren langs en een puber slentert voorbij. Eentje beent langs en zigzagt tussen alle voetgangers door. Vermakelijk, dit schouwspel achter een kopje cappuccino. 

De menigte blijft in beweging en ik verzin dat het een vader, een moeder of een grootouder is. De houding, de beweging en de kleding geeft me al gauw een vermoeden van de rol die iemand in het leven vervult. Ik kijk naar de voeten en zie dat de meesten op sneakers of slippers lopen. Al dat schoeisel is onderscheidend van elkaar. Kapsels zien er bij iedereen weer anders uit. Een aantal mensen in verschillende lengtes en kleding lopen wat dichter bij elkaar. Dat neem ik waar als een groepje vakantiegangers. Ik doe die indruk op aan hun kleding. Af en toe kijken ze in elkaars gezicht en als ze dicht bij mijn tafeltje zijn kan ik ze horen praten, maar de tongval is mij niet bekend. Ze blijven in dezelfde snelheid bij elkaar lopen tot ze uit mijn zichtveld zijn. Ja, het zijn vast en zeker vakantiegangers.

Sommige voorbijgangers hebben een buggy bij zich met een kleine erin. Hoe die karretjes worden voortgeduwd is heel divers. Waarschijnlijk omdat de mensen die ze voortduwen allemaal net even anders bewegen en ook de karretjes zijn allemaal weer anders. Het een gaat in mijn ogen dan ook soepeler dan het andere. 

Geen twee mensen zie ik hetzelfde gekleed zijn. Nu zit ik niet langer op het terras dan twee koppen cappuccino, maar toch, ik raak niet uitgekeken op de diversiteit. Er komt een stelletje langs dat tussen de marktgangers door flaneert. Meteen komt bij me op, ‘die zullen vast niet naar de markt gaan’.

Carine, aug ’25